Column: Dektuig

‘Gaat die kleur er nog uit?’ Wordt mij vaak gevraagd wanneer ik een vacht verkoop die niet van eigen mijn eigen schapen afkomstig is. ‘Nee’, is dan mijn antwoord, ‘dat deel van de vacht kunt u beter verven’.

Wij Nederlanders zijn nu niet bepaald preuts, maar bedgeheimen worden, laat ik voor mezelf spreken, door mannen niet vaak onderling gedeeld. Sommige dingen wil je niet weten!

column-dektuig‘Gaat die kleur er nog uit?’ Wordt mij vaak gevraagd wanneer ik een vacht verkoop die niet van eigen mijn eigen schapen afkomstig is. ‘Nee’, is dan mijn antwoord, ‘dat deel van de vacht kunt u beter verven’.

Wij Nederlanders zijn nu niet bepaald preuts, maar bedgeheimen worden, laat ik voor mezelf spreken, door mannen niet vaak onderling gedeeld. Sommige dingen wil je niet weten!

Naar paringsgedrag van mensen wordt vaak anoniem onderzoek gedaan d.m.v. enquêtes.Bij schapen ligt dat anders, die staan er gelijk gekleurd op!

Maar hoe gaat het in zijn werk, hebben schapen altijd ‘zin’, doen ze het vaak, wie van de partners neemt het initiatief, wanneer doen ze het? En waar komt die gekleurde kont dan toch van?

Nederlandse ooien doen het bij voorkeur in het najaar. Het liefst bij een wat koudere temperatuur. Rammen denken daar wat ruimer over maar zijn wel in die periode het actiefst. Maar goed ook, want in andere jaargetijden zou het ze alleen maar frustreren! Ook is het zo dat ooien meer zin hebben als ze een week naar een ram aan de andere kant van het hek hebben gekeken of geroken. Wanneer een ooi bronstig is, laat ze het toe gedekt te worden. De ram moet dus een groot aantal ooien in de gaten houden of ze bronstig worden. Vervolgens zondert hij zich af met de bronstige ooien, een druk bestaan. De rammen zijn vaak door de boer voorzien van een dektuig tijdens de dekperiode. Een stempelkussen van vetkrijt dat ze onder de borst dragen. Bij een dekking kleuren ze de kont van een ooi. Wel intiem, niet meer anoniem. Het weiland krijgt een extra kleurdimensie, en iedereen kan zien dat de ooi het gedaan heeft. De boer ziet wat hij honderd vijftig dagen later kan verwachten.

Het wordt herfst, voor de rammen breken er dus gouden tijden aan. Het was even wachten voor ze, maar dan mogen ze een aantal maanden met een grote groep vrouwen verkeren. Dat spreekt bij menig man tot de verbeelding!

Mijn schapen mogen paren in de anonimiteit, geen dekblok en dus ook geen administratie. Ik moet altijd afwachten wat er van komt, maar de wol blijft mooi!

Maar hoe vaak doet een schaap het nu? Van mijn schapen zal ik het nooit weten.  Als u onderweg schapen ziet mag u zelf het antwoord bedenken.

Download het artikel als pdf.

Comments are closed.